WEST-HINDER III IN ANTWERPEN.

WORDT DIT LICHTSCHIP DE AMBASSADEUR VAN ANTWERPEN ?

 

Enkele vooraanstaande mensen uit de havenwereld en van de stad Antwerpen menen dat ook Antwerpen zou moeten uitpakken met een representabel iets.
En waarom dan niet met een schip…

Even voorstellen.

In het Bonaparte ligt een lichtschip de West-Hinder iII.
Het is één van de laatste lichtschepen die ooit op de Noordzee als lichbaken diende voor de scheepvaart die vanuit het zuiden richting Belgische kust en Antwerpen vaarden.
De moderne technieken hebben deze schepen overbodig gemaakt en zo is het Westhinder lichtschip in 1994 vervangen door een groot baken dat op de zeebodem werd verankerd.

Eén van de drie West-Hinders ligt op het droge in Zeebrugge en er werd in de zijwand een deur uitgezaagd om bezoekers toegang te geven ; een ander ligt in Rupelmonde en is zowat helemaal uitgebroken en heeft een onzeker toekomst.
De West-hinder III ligt dus in Antwerpen en heeft geruime tijd te bezoeken geweest totdat het een negatief advies kreeg en afgesloten werd voor het toerisme.

Het schip is eigendom van de afdeling Vloot van het Vlaams Gewest maar werd toegewezen aan de Stad Antwerpen die dan zorg draagt voor schip door het een ligplaats te geven en aan te sluiten aan de nutsvoorzieningen.
Verder wordt er momenteel met het schip niets gedaan en wellicht zou haar toekomst een schroothandelaar worden als er niet wordt ingegrepen.

Wat moet er gedaan worden ?

Dirk Meulemeester werd gevraagd om het schip aan de inspectie te onderwerpen om te zien of er nog een mogelijke toekomst kan bedacht worden.
En inderdaad het lichtschip is nog steeds in een uitzonderlijk goede staat en het mechanisch gedeelte is praktisch vaarklaar.
Dus een nieuwe levensfase is mogelijk voor de Westhinder III.

Onmiddellijk werd een groep entoesiaste werkers gevonden die hun schouders willen steken om het geheel terug vaarklaar te krijgen.
En daar voor is heel wat werk voor te doen, zowel op administratief gebied als voor het praktische kant om het schip terug in orde te maken.

Watererfgoed !

Krijgt het schip een erfgoedklassificatie dan kan een deel van de kosten voor de restauratie worden gerecupereerd uit subsidies.
In dit geval moet ook wel de volledige authenticiteit van het schip worden behouden.
Wellicht is dit de enige mogelijke werkwijze om het schip te kunnen bewaren.

De Afdeling Vloot en de Stad Antwerpen samen met de Haven van Antwerpen moeten tot een consensus komen om het schip een beheerder toe te wijzen die dan de nodige stappen kan zetten om het schip terug in orde te brengen.

Zodra dit is gebeurd en de nodige keuringen achter de rug zijn, kan de Westhinder III opnieuw pronken in de Haven en bij bijzondere gelegenheden in binnen en buitenland de Stad Antwerpen en de Haven van Antwerpen vertegenwoordigen als ambassadeur.

refter en dagverblijf

 

De West-Hinder III.

De West-Hinder III werd gebouwd in Oostende bij Béliard-Crighton in 1950 en diende tot 1994 als lichtschip voor de kust.
Sedert 16 juni 2017 werdt het gecatalogeerd in de inventaris van varend erfgoed onder het nummer 14793 met vermeldingen als industrieel-archeologische en wetenschappelijke waarden.
https://inventaris.onroerenderfgoed.be/aanduidingsobjecten/14793

Industrieel-archeologische waarde
De lichtschepen 1, 2 en 3 werden in 1950 in Oostende bij Béliard-Crighton gebouwd. De schepen vormen een visitekaartje van het vakmanschap van de werf.

Wetenschappelijke waarde
De lichtschepen 1, 2 en 3 werden vanaf 1950 met een beurtrol ingezet om de zandbanken Wandelaar en West-Hinder met hun lichtbaken aan te duiden. Ze werden eveneens gebruikt als observatieschepen. Het derde schip lag als reserve in de haven. De lichtschepen werden in 1994 uit dienst genomen en vervangen door elektrische lichtplatformen.

De West-Hinders moesten gedurende wekenlang om beurten op zee liggen om de zandbank Wandelaar af te bakenen.
De 9-koppige bemanning van een lichtschip verbleef voor een periode van twee weken aan boord, daarna werden ze afgelost en waren ze twee weken thuis.
Lengte 42,5 m – breedte 7,8 m – diepte 4 m – motor 200 PK – gewicht 401 ton.

ankerkettinginstallatie met 360 m ketting

Anker.

Uitgerust om lang op zee te verblijven kunnen we vaststellen aan allerlei zeer doordachte details natuurlijk getoets aan de tijd dat de West-Hinder werd gebouwd.
Vooraan treffen we een meer dan volmaakte ankerfront aan.
320 m zware ketting was zeker zeer ruim gemeten om het schip op een enigszins comfortabele manier ter plaatse te houden en dit in alle weersomstandigheden.
Daarnaast was er ook nog een gewoon anker met ketting om te gebruiken bij ankering als het nodig was als het schip onderweg was.
Een eigenaardigheid, en dit treffen we ook aan bij vele andere onderdelen, is dat die zware ankerkettingmotor ook vervangen kon worden door een manuele bediening.

manuele keerkoppeling hendel

zuurbatterijen

Motor en Electriciteit.

Er is geen zware motor geïnstalleerd maar wel een heel degelijke constructie die nu nog steeds als bijna nieuw uitziet.
De zware koppeling voor de schroefas die een vierbladsschroef aandrijft is ook uitgerust met een extra manuele bediening.

Voor de elektriciteit aan boord zorgde en goed uit de kluiten gewassen generator die een 110 volt gelijkstroom voorbracht.
Een reeks aaneengekoppelde 2 volt zuurbatterijen sloegen de overtollige stroom op en konden dan autonoom het geheel voorzien van de nodige stroom.
Een elektromotor zorgde dan nog voor een 400 volt stroomvoorziening die moest dienen voor de motor van de ankerketting aan te drijven.

Vrijkomende warmte werd gebruikt om water op te warmen dat in overal verspreidde gietijzeren verwarmingselementen voorzag van warm water: het behaaglijk warm zijn in het schip.

kombuis

Verblijf.

De bemanning sliep in cabines met enige privacy.
Voorts een grote eetkamer met een lange tafel waarrond ze met zijn allen konden zitten.
Een voor huidige normen primitief kombuis was het domein van de kok die om een grote cuisiniere zijn kookkunsten moest botvieren.
De kapiteinshut is ook voorzien van de grotere werktafel.
Ook de radiokamer die juist onder de brug ligt vertoont nog steeds heel wat apparatuur die ook lange tijd terwijl het schip al in Antwerpen lag, gebruikt werd door de Unie van Belgische Radioamateurs (UBA).

De stuurhut heeft nog steeds een pracht groot stuurwiel, een groot kompas en heel wat communicatiemiddelen om telefonische verbinding te hebben met verschillende belangrijke plaatsen aan boord.
Hier ook weer zijn buizen aangelegd om desnoods als de telefoon het niet deed de nodige mededelingen via deze roepbuizen te verspreiden.

centrale gang in het schip

Rondschijnend licht.

Een lichtschip heeft uiteraard een rondschijnend licht dat een sterke lichtbundel verspreid.
Om ervoor te zorgen dat dit licht in alle omstandigheden optimaal kon schijnen ook in slechte weersomstandigheden als het schip erg slingerde, heeft men een compenserend zwaar gewicht aan de lamp gehangen.
Dit gewicht verbonden met het licht dat hoog bovenop het schip staat, is in een grote buis geplaatst die tot juist onder de waterlijn loopt, een waar technisch snufje.

stuurwiel

WATERKLOK.

Nog een eigenaardigheid is de installatie ongeveer volledig midscheeps van een grote vertikale buis dit tot op de bodem van het schip loopt en volledig waterdicht is.
Alhoewel het gebruik ervan niet is bewezen, was het de bedoeling dat men onderaan in een met water gevulde buis een klok kon laten luiden met bepaalde frekwenties.
Het nut ervan is dat geluid in water zich konstant en in één richting verspreid en aldus waarneembaar is op een veel beter manier dan dat men een geluid maakt in de buitenlucht.
Een techniciteit die men vroeger gebruikte, wellicht zeker in oorlogstijd, en waarvan de wetenschap toch zou mogen bewaard blijven.

radiokamer

 

Onderhoud.

Een twintigtal jaren geleden kreeg de West-Hinder III nog een checkup in een droogdok in Antwerpen.
Het is nu de hoogste tijd dat dit opnieuw zou gebeuren en dan kunnen er tegelijk ook de nodige rompmetingen gebeuren en indien nodig herstellingen worden gedaan.
Het onderschip moet eveneens een schilderbeurt krijgen en de nodige roestweerders worden vervangen.
Alleen het droogdok kost al EUR 5000,00.

Binnenin moet vooral de elektrische installatie een grote beurt krijgen.
Motoren en mechanica schijnen met een minimum van aanpassingen terug in orde te komen..

Het dek vraagt om een grondige inspectiebeurt en zou om praktische redenen best verwijderd worden en heraangelegd.
Het houten dek is van Iroko-houtsoort en dit is voor het grootste deel nog in heel goede staat.
Het is dus alleen om mogelijk lekkages uit te sluiten dat met best eens goed het eronderliggend gedeelte gaat bekijken.

Naast de financiële kant – goedkoop zal zo’n restauratie niet zijn – is het beroep doen op mankracht om de noodzakelijke werkzaamheden te kunnen uitvoeren.

Krijgen we binnenkort in de aankomende museumhaven in Antwerpen een echt varend monument dat zich ambassadeur van Antwerpen kan noemen: de West-Hinder III lijkt een goede kandidaat !

Tekst en foto’s: Georges Janssens